Giardia is één van de meest voorkomende darmparasieten bij honden en katten. Deze eencellige parasiet infecteert vooral de dunne darm en kan voor flinke problemen zorgen, vooral bij jonge dieren.
Wat is Giardia?
Giardia is een parasiet die zich nestelt in de dunne darm van honden en katten. Sommige dieren merken er niets van, maar vooral jonge dieren kunnen last krijgen van heftige diarree. Soms zit er bloed bij de ontlasting en vaak is er sprake van een verhoogde aandrang om naar buiten te gaan.
Hoe raakt je dier besmet?
Dieren die in groepen leven, zoals in kennels, cattery’s of asielen, lopen een groter risico op besmetting. Besmette dieren scheiden oöcysten (een soort eitjes) uit via de ontlasting. Andere dieren kunnen deze oöcysten weer opnemen en zo besmet raken. Ook dieren zonder klachten kunnen deze oöcysten uitscheiden. Sommige Giardia-stammen zijn zelfs besmettelijk voor mensen, die dan vergelijkbare klachten kunnen krijgen. Oocysten kunnen maandenlang overleven, vooral in vochtige omgevingen.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld door het aantonen van cysten in de ontlasting. Omdat niet elke dag cysten worden uitgescheiden, is vaak een driedaags ontlastingsmonster nodig voor een betrouwbare uitslag. Er zijn twee verschillende testen beschikbaar, die soms allebei nodig zijn voor een goede diagnose.
Behandeling
De behandeling bestaat uit het toedienen van fenbendazol, één keer per dag gedurende 5 tot 7 dagen. Soms moet de behandeling herhaald worden als blijkt dat de uitscheiding van oöcysten aanhoudt. Het is belangrijk om alle dieren in huis te behandelen, ook als ze geen klachten hebben, omdat ze toch cysten kunnen uitscheiden. Herinfectie uit de omgeving is een veelvoorkomend probleem, waardoor langdurig succes van de behandeling lastig kan zijn.
Ook is het van belang om in de herstelperiode niet overmatig koolhydraten te voeren. Dieetwisselingen moeten per geval worden bekeken.
Omgeving en Hygiëne
Een goede hygiëne is essentieel. Reinig en droog de omgeving goed, was waterbakken dagelijks en was besmette dieren om te voorkomen dat cysten op de vacht voor herbesmetting zorgen.


